Terug naar Hoofdpagina Educatie




















Educatie - Geschiedenis in een notendop

Vloeistoffen in balans

Duizenden jaren geleden ontstond op verschillende plaatsen ter wereld eenzelfde theorie over ziekte en gezondheid. Deze luidde dat het lichaam uit vloeistoffen bestond, die onderling in balans moesten zijn. Bij ziekte was de balans verstoord en moesten er vloeistoffen uit of in om deze te herstellen. Deze humoraaltheorie (humor = vloeistof) is in sommige alternatieve geneeswijzen nog immer aanwezig. Overigens werd niet alleen het lichaam, maar de gehele natuur geacht uit vloeistoffen te bestaan.
In India kende men er drie, in China vijf en bij de Grieken vier: bloed was verbonden met lucht, spuug met water, gal met vuur en zwarte gal met aarde. Deze elementen uitten zich ook in het gedrag van mensen: ze waren sanguin, flegmatiek, cholerisch of melancholiek.

Genezende bloedzuigers
Om een verstoorde balans te herstellen hadden de genezers een scala aan behandelingen die de vloeistofbalans veranderden. Bloedzuigers en aderlatingen zorgden eenvoudigweg voor minder bloed. Ook planten en wortels werden gesneden om de vloeistof in balans te krijgen; het leidde tot diarree, diurese (plassen), diaforese (zweten) of emese (spugen). De wortelsnijders (rhizotomikoi) zochten dus bewust geen lekkere aardbeiplantjes op. Een beroemde wortelsnijder en geneesheer was Crateuas die voor koning Mithridates van Pontus een theriakum wist te maken met 45 ingrediënten. Een theriakum was net als de huidige multivitamine-preparaten geen geneesmiddel, maar dagelijkse inname voorkwam wel ziekte en vooral vergiftiging. Keizer Nero van Rome had veel vijanden en liet zijn arts Andromachus 65 ingredienten bij elkaar zoeken, waaronder slangenhuid. Het recept voor Theriaca Andromachi stond tot in de 17-de eeuw in de Amsterdamse Farmacopee.

Goud uit lood

De geneeskunde bestond vooral uit het overleveren van recepten en de apothekers van vroeger hadden veel weg van Severus Sneep (van Harry Potter). Veel nieuwe ontdekkingen werden er niet gedaan. De alchemisten van toen waren vooral bezig om goud uit lood te maken en de Canon van de heelkunde van Ibn Sina (Avicenna uit Oezbekistan) bleeft het belangrijkste boek van 1000 tot 1500 na Christus. De Arabieren ontdekten overigens in dezelfde periode wel de grondslagen van de scheikunde (alchemie), wiskunde (algebra – de Hisab al-jabr van Al-Khwarezmi - algoritme) en sterrenkunde (astronomie). De gouden eeuwen van de Arabieren!

Het inzicht van Paracelsus

Eén van de Europeanen die kennis in Arabische gebieden hadden vergaard was Paracelsus, eigenlijk Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim geheten. Paracelsus had de baanbrekende gedachte dat alle stoffen giftig konden zijn, als de toegediende dosis ervan maar groot genoeg was. “Dosis sola facunt venenum” is zijn belangrijkste inzicht, tenminste volgens zijn volgelingen die wel het Latijn beheersten. Per saldo is dit de grootste ontdekking uit duizenden jaren geneeskunde. De eerste patiënten die van Paracelsus lood, arsenicum en kwikzilver kregen toegediend, zullen echter minder blij zijn geweest.

De schreeuwende mandragora

Paracelsus was een aanhanger van de signatuurleer. Volgens deze leer, die nog steeds voortleeft in de hedendaagse altenernatieve geneeswijzen, kon je aan een plant zien waar deze goed voor was. Zo was bijvoorbeeld mandragora of alruin goed voor het lichaam omdat het op een mensje leek. De plant schreeuwde oorverdovend als je hem uit de grond trok (ook dit zien we terug in Harry Potter). Men gebruikte daarom honden om de mandragora uit de grond te trekken. Arme honden: ze moesten ook al in de nacht naast het bed liggen zodat de gewrichtspijnen uit de mens naar de hond konden overstappen (de sympathieleer).

Inzicht door onderzoek

Hierna volgden nog vitalisme, magnetisme en homeopathie. Ziekten kwamen vaak op magische manier van buiten af; zo werd griep veroorzaakt door buitenaardse invloeden – influenza en werd malaria veroorzaakt door slechte lucht – mal aria. Maar door de ontdekking van de microscoop en anatomische lessen ontstonden er wetenschappers die liever wat dichter bij de grond bleven. En in het midden van de 19-de eeuw toonden wetenschappers aan dat ziekte een probleem was van cellen, en dat infectieziekten werden overgebracht door net zichtbare microorganismen die die cellen konden ziekmaken. Het begin van de biomedische wetenschap!

Voor een overzicht van de ontwikkeling van moderne geneesmiddelen, zie de informatie onder het kopje: "Het maken", links in het menu.

En verder…
Mens en medicijn. Geschiedenis van het geneesmiddel, van Margreet Algera, ISBN 9029067608, 2000.

Figuren van de chemsoc.org/timeline.
©2007-EEM